Portretten - Bekende personen door de eeuwen heen ( )  

Mieke Vingerhoets

Hout Hzn, J. van.
Oog op Oirschot. 1991

Vergroot beeldmateriaal

In de herberg aan de Oude Grintweg was de tijd stil blijven staan. Daar was zonder enige museale bijbedoeling te zien, hoe het er vroeger in een boerenherberg aan toeging. Zo bleef het tot de dood van Mieke in 1989. Zij was toen 90 jaar oud en 65 jaar weduwe.

Haar eerste kind stierf bij de geboorte en toen haar tweede kwam, was haar man al drie maanden overleden. Met haar kind nam ze haar intrek in het ouderlijk huis van haar man, waar toen nog vier zwagers woonden. In deze boerderij en herberg
begon die lange tijd van haar leven, waarmee ze geschiedenis zou maken.
Haar eenvoud, gastvrijheid en ongeveinsde oprechtheid maakten haar in al die jaren tot een begrip in Oirschot en verre omstreken. Iedereen voelde in haar huis een warmte die op andere plaatsen steeds zeldzamer werd, en dat kwam niet alleen door de roodgloeiende plattebuis. In haar herberg was plaats voor iedereen, voor zwervers en hooggeplaatsten. Het gehele kabinet van Agt kwam er koffiedrinken. Mgr. J. Bluyssen kwam er op bezoek, als hij ging wandelen in de Mortelen. Voor Mieke was dat heel gewoon; ze bediende ieder zonder onderscheid. Toen staatssecretaris van Zijl er een keer aanlegde en om koffie vroeg, zei Mieke: 'Dat kan nou niet; het gas is op'. Dat zou ze in hetzelfde geval ook gezegd hebben tegen elke andere bezoeker.
In haar laatste levensjaren was Mieke slecht ter been. De vaste klanten gingen steeds meer achter om binnen, schoven aan in den herd en haalden eventueel zelf het bier uit de kelder. Maar eerst moest er gebuurt worden. Mieke wilde het nieuws weten en, indien nodig, wie de bezoeker was. Pas na dit vertrouwde Brabantse ritueel kon iets besteld worden. Bij Mieke kwam je niet als klant om iets te drinken maar als welkome gast om een praatje te maken en eventueel iets te gebruiken. Eerst kwam de mens, daarna de zaak. Na een paar glaasjes kon het gebeuren, dat Mieke opmerkte: 'Ge kunt genen dorst meer hebben; ge hebt nou genoeg gehad'. Haar herberg was niet om dronken te worden maar om te rusten, te praten en de eerlijke dorst te lessen.
Al die jaren veranderde er nauwelijks iets, niet aan de herberg en niet aan Mieke. Dat was ook niet nodig, het was goed zo. Mieke sliep nog steeds in de bedstee, liep op klompen en droeg een blauwe schort. Zo begon haar leven daar en zo eindigde het. Ze stierf in de bedstee en lag met haar blauwe schort in de kist. Met Mieke's heengaan is de laatste echte boerenherberg in Oirschot gesloten. Tevens is daarmee een eind gekomen aan de merkwaardige plaats, die deze herbergen hebben ingenomen in het dagelijkse leven van weleer.