Jagers en vissers - Oirschot in de prehistorie (-3000)  

Fysische gegevens

Leenders, K.A.H.W.
De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht, 1996

In een estuarien en waddenmilieu werd in het gebied van het huidige Noord-Brabant 1 tot 2 miljoen jaar geleden een pakket klei- en zandafzettingen gevormd, dat in noordelijke richting lager is komen te liggen. Over dit pakket werd nadien in een strook van Sterksel naar Made door de toenmalige Maas en Rijn een pakket grove zanden en grind afgezet. Vervolgens is door tectonische bewegingen een brede van zuidoost naar noordwest lopende baan van de aardkorst gaan dalen: de Centrale Slenk. Deze laagte is grotendeels opgevuld met verdere grove zandlagen, maar bepaalt nog altijd het landschap en het ontwateringssysteem van de Meierij.

In en na de jongste IJstijd is dwars over de in noordelijke richting afhellende zone van de Centrale Slenk een aantal hoge dekzandruggen gevormd, waartussen vlakkere gebieden met al dan niet verspoeld dekzand en leem ontstonden. De ruggen hinderen de ontwatering van de streek en dwingen de beekjes vaak door bepaalde 'poorten' te gaan. Voor het landschap van Oirschot en omgeving is vooral van belang de rug die van Ravels over Son en Breugel loopt. Voorts is de rivier de Dommel, die bij Sint-Oedenrode naar het westen buigt en bij Boxtel noordwaarts door de noordelijke rug breekt, van belang als noordgrens van het te beschouwen gebied.
In het gebied tussen de rug en de Dommel is in het landschap van de vroege 19e eeuw een zekere zonering waar te nemen. Het algemene bodemniveau daalt in dit gebied van 20 m + NAP in het zuiden tot 10 m + NAP in het noorden. We menen hier zes zones te kunnen onderscheiden. In het zuiden beginnen we op de rug met stuifduinen, die in een breder heidegebied lagen (zone 1). Op de noordflank van de zuidelijke rug loopt de oude weg van Hilvarenbeek en Diessen over Oirschot en Best naar Nijnsel bij Sint-Oedenrode. Langs deze weg (zone 3) vinden we de oudst ontgonnen kernen: Spoordonk, Oirschot, Aarle, Best, met daaromheen een reeks vermoedelijk merendeels jongere gehuchten. Deze zone met dekzandruggen en nog al wat enkeerdgronden wordt ontwaterd door een reeks kleine beekjes die op de flank van de zuidelijke rug beginnen. Er zijn slechts twee 'doorgaande' beken: de Beerse in het westen en de Dommel in het oosten. Op de Beerse ligt de watermolen van Spoordonk, die ook Oirschot bediende. Vanuit het oud-ontgonnen gebied is men later in de middeleeuwen en opnieuw vanaf ca. 1750 zuidwaarts (zone 2) en vooral noordwaarts (zone 4) gaan ontginnen. Met name de zuidwaartse ontginningen tekenen zich scherp af tegen de heide, maar ze zijn vrij beperkt van omvang.
Aan de noordzijde van de oud-ontgonnen zones (2,3,4) ligt een nat gebied met verspoelde dekzanden die aan de westzijde meer zandig en an de oostzijde meer lemig zijn (zone 5). Hierin treffen we in 1840 alleen in het westen (zandige bodem) heide aan. Voor het overige is dit dan vooral een graslandzone met veel bomen en echt bos. Aan de kant van Spoordonk is er een zone waar de geomorfologische kaart een groot aantal kleine dekzandkoppen aangeeft. Enkele van de beekjes die de flank van de zuidelijke rug ontwateren lijken hier in het niets te verdwijnen: ze hebben er niet vanouds een duidelijke loop. We hebben dat verschijnsel ook elders in lemige gebieden wel vastgesteld(Schijndel, Veghel) en het wijst op een erg nat gebied. De Mortelen ligt midden in deze zone 5.
Deze brede natte zone wordt aan de noordzijde begrensd door de vroeg ontgonnen oevers van de Dommel (zone 6). Daar is, naast het dorp Liempde, nog een reeks kleine goederen ontstaan, net als langs de weg van Best naar Nijnsel. Deze goederen kregen later een adellijk karakter: een slotje met pachthoeve(n). Deze beekdalzone langs de Dommel werd mogelijk vanaf 1000 AD in ontginning genomen, al was er langs de Dommel ook in de Romeinse periode en eerder al bewoning.

Vóór de middeleeuwen

Zone 1, de duinengordel in het zuiden die deels ook buiten de gemeente Oirschot ligt, zit vol met vindplaatsen uit de Steentijd: van jong Paleolithicum tot laat Neoliticum en zelfs wat Bronstijd. Vondsten uit de IJzertijd en de Romeinse periode lijken meer in zone 3 voor te komen, al zijn ze vrij schaars. In Kasteren, vlak naast de middeleeuwse noord-zuid-heerbaan, werd enkele jaren terug een nederzetting uit de Romeinse periode aangetroffen, waarnaar Verwers deze winter een nader onderzoek ingesteld heeft(Speetjens, 1991.). Knippenberg beweert dat genoemde heerbaan onderdeel is van een Romeinse Baan die van Tongeren over Vught naar Rossum (via een oversteek over de Maas) zou hebben gelopen(Knippenberg, 1961.). De Straatse Heide is genoemd naar het gehucht Straten van Oirschot. Buiten wat Romeinse munten uit het gehucht Hedel weet Knippenberg uit Oirschot echter niets te melden. Van geen van de door hem voorgestelde wegen werd ooit een deel teruggevonden en een meer gangbare opinie is dat er in die tijd in het Kempengebied geen standaard bestraatte Romeinse banen waren. Men zal toen oudere en natuurlijke wegen gebruikt hebben om nederzettingen zoals die van Kasteren te bereiken.