Het kapittel - Geestelijke invloed (1240)  

De Oirschotse kapittelstatuten tot 1500

Lijten, J.P.J.
Campinia, jaargang 17, nummer 64

Inleiding
In de tegenwoordige provincie Noord-Brabant zijn in de latere middeleeuwen meerdere seculiere kapittels geweest. Van de overgrote meerderheid dezer kapittels vallen de stichtingsdata in de veertiende en vijftiende eeuw. Deze data zijn althans bij benadering bekend: Breda 1303, Dussen 1306, Grave 1308, Geertruidenberg 1310, Heusden 1355, Steenbergen 1363, 's-Hertogenbosch 1366, Eindhoven 1399, Bergen op Zoom 1442, Boxtel 1493. 1) Bij het begin van deze stichtingsgolf waren er echter vier kapittels, die toen reeds sinds onheugelijke tijden bestonden: Oirschot, Hilvarenbeek, Sint-Oedenrode en Alem. Van het kapittel van Alem, dat reeds in de vijftiende eeuw verdween, is nauwelijks een spoor overgebleven.1) De drie andere zijn in 1649 door de staten generaal genaast ten bate van vreemde calvanistische profiteurs en zijn als zodanig blijven doorbestaan tot de Franse tijd. Het nog steeds bestaande, rijk gedoteerde beneficie van de cantorij is nog een restant van het Oirschotse kapittel, dat na vele wederwaardigheden weer in katholieke handen is gekomen en thans bijdraagt aan de verzorging van de kerkzang in de aloude Oirschotse kapittelkerk. 2)
Zoals de drie plaatsen, Oirschot, Hilvarenbeek en Sint-Oedenrode, hebben ook de daar gevestigde kapittels een bijzondere band en een bijzondere parallel in de geschiedenis gekend. 1) Naast deze parallel in geschiedenis constateren we echter een zekere divergentie tussen Oirschot enerzijds en Hilvarenbeek en Sint-Oedenrode anderzijds. 3) Bij de bestudering van de Oirschotse kapittelstaturen is het daarom goed, steeds een half oog te houden op een eventuele parallel of divergentie in Hilvarenbeek en Sint-Oedenrode.
Het is de bedoeling, de statuten te bestuderen naar hun historische context en naar hun inhoud. Daartoe zal het nodig zijn eerst een inzicht te hebben in de historische context van het Oirschotse kapittel zelf.
Voor de tekst van de statuten volgen wij de uitgave van Frenken, die als geheel zeker betrouwbaar is. Als op een enkel punt een correctie moet worden aangebracht, zal dit ter plaatse gedocumenteerd worden.
Het reeds in 1982 aangekondigde werk van C.F. Fonseca, Les coutumiers et les statuts de chapitres de chanoines, in de serie Typologie des sources du moyen áge occidental, is helaas nog niet verschenen en zal, naar men ons meedeelde, voorlopig nog niet verschijnen.