Herdgangen - Gehuchten vroeger en nu (1250)  

De historische geografie van Oirschot in vogelvlucht

Leenders, K.A.H.W.
1996

Vergroot beeldmateriaal

Wanneer ik de ooit, in het verleden of juist alleen in het heden, genoemde gehuchten optel, vind ik er voor Oirschot en Best samen 27. Door dubbele benamingen zijn dit in feite 24 nederzettingen. De dorpskom heb ik daar niet bijgeteld. Op zich is zo'n hoog aantal in een groot gebied (100 km2) niet bijzonder. Het is echter de kunst om in die twee dozijn

 

Inhoud

  1. Gehuchten
  2. Kerkhoven
  3. Aarle
  4. Hedel
  5. Hersel
  6. Notel
  7. Oudenhoven
  8. Spoordonk
  9. Overzicht
  10. Straten
  11. Nieuwe gehuchten

Gehuchten
Omdat een toponymie van Oirschot en Best nog ontbreekt, heb ik een inventarisatie van nederzettingsnamen uitgevoerd aan de hand van het materiaal dat ik zo snel bij elkaar kon krijgen. Dan blijkt dat er in Oirschot en Best niet alleen een reeks na 1800 gevormde nederzettingen bestaat, maar dat er ook gehuchten bestonden die geheel of bijna helemaal verdwenen. Bovendien is er een aantal nederzettingen dat nu heel anders genoemd wordt dan in de middeleeuwen. Kortom, de uitgevoerde exercitie heeft me voor een aantal fouten behoed, hoop ik.

Kerkhoven
We mogen aannemen dat de omgeving van beide oude kerken in Oirschot sinds de achtste eeuw bewoond was en ook bleef. In de middeleeuwen en daarna (1340 - 1670) vinden we er de heertgang Kerkhof of Kerkhoven. Die naam is geen -hovennaam, maar verwijst blijkbaar gewoon naar het kerkhof of zelfs naar beide kerkhoven. De heertgang Kerkhoven nam niet nadrukkelijk deel in een van de noordelijke gemeynten en zal vooral de zuidelijke gemeynte gebruikt hebben. In Oirschot doet zich niet het verschijnsel van de eenzame kerk in de akker voor. In tegendeel, er is kennelijk steeds een dichte bewoning rond beide kerken geweest. Uiterlijk in de 15e eeuw werd de Nieuwstraat aangelegd. Het huidige ruime plein rond de Sint Petruskerk is echter misleidend. Uit een studie van de ontwikkeling van de kom werd duidelijk dat die open ruimte vergroot is doordat tweede rijen woningen afbrandden en niet meer herbouwd werden(Mijland e.a., 1991, 110 - 115.). Aanvankelijk was er alleen een pleintje ten noorden van het Boterkerkje, als verbreding van de straat. Achter de huizen aan de overkant werd de Petruskerk gebouwd. Nabij de toren werd in 1513 een raadhuis gebouwd, dat er in hoofdzaak nog steeds staat(Strijbos, 1993.). Door een grote brand in 1566 verdween een huizenrij. Zo kwam er een pleinvormige verbinding tussen de ruimten om beide kerken. Een brand in 1623 ruimde een tweede rij huizen op. De bouw van de herberg De Zwaan (onlangs afgebrand en nu in herbouw) maakte een einde aan de ruimtelijke verbinding tussen de Petruskerk en het Boterkerkje. Toen vanaf 1648 het Boterkerkje buiten kerkelijk gebruik raakte en als boterwaag een nieuwe functie kreeg, was de verschuiving van de stedebouwkundige nadruk naar de grote Petruskerk met zijn hoge toren voltooid.
Rondom Kerkhoven lag een ruim akkergebied: het was in alle richtingen ongeveer een kilometer breed. In vele andere dorpen is juist het centrale akkergebied geheel volgebouwd met woningen, maar in Oirschot heeft men dat aan de westzijde kunnen voorkomen. Daar strekken de open velden nog steeds tot aan de achterkant van de tuinen van het dorp. Het akkergebied van Kerkhoven had in de vorige eeuw een open karakter, dat afstak tegen de vaak in heggen en hagen gevangen velden daarbuiten. Ten zuiden van de kom stond de windkorenmolen van de heer van Oirschot. In 1857 werd ten noordoosten van de kom een nieuwe windkorenmolen De Korenaar gebouwd. De oude akkermolen was toen al geruime tijd verdwenen. De buitenrand van deze centrale akker vertoont enkele trechtervormige inkepingen. Dat zijn de plaatsen waar wegen de rand van de akker bereikten en daar ooit konden gaan uitwaaieren over de nog woeste velden buiten de akker. Door de voortgaande ontginning zijn die waaiers deels in de verkaveling vastgelegd en werden deze plekken tot de beroemde driehoekige, zogenaamd Frankische, pleintjes met bomen erop.
Te noordwesten van de akker van Kerkhoven ligt het gebied Ekerschot(land in Gheen Ekerscot in par. O., Sanders, 1994, reg. 45.). Het was een heiningengebied met wat bewoning. De naam doet vermoeden dat hier wellicht een bos lag waar varkens op eikels beweid werden, het 'ekeren'.

Aarle
Open akkercomplexen worden wel beschouwd als de oudste bouwlanden. In Oirschot lijkt dat wel te kloppen, want niet alleen liggen ze rondom Kerkhoven, ze komen ook voor in de andere gehuchten die op grond van de naam als behorend tot de eerste of tweede generatie kunnen worden beschouwd. Het betreft Aarle, Hedel, Hersel, Notel, Oudenhoven en Spoordonk. Deze zes zijn min of meer zelfstandige gehuchten. Mogelijk is ook Boterwijk een vroege nederzetting, maar de ligging op de buitenrand van de akker van Kerkhoven en de naam die uitgaat op -wijk, doen toch aan de secundaire vorming denken. Woonden daar de lieden die in het beekdalletje dat iets westelijker ligt de koeien lieten weiden om het dorp van boter te voorzien ?
Aarle heeft een tweeledige structuur. Aan de oostzijde is er een vrij ruime open akker, waarlangs aan de westzijde een straatnederzetting met laatmiddeleeuwse St. Annakapel ligt. Iets verder naar het westen ligt de Amelrijk Bootshoeve. In oorsprong is dit 'goed te Aarle' de centrale hoeve van een van de hertogelijke lenen in deze omgeving die Ten Houte heetten. Bij de hoeve tekent zich een open akker af. Afhankelijkheden van deze hoeve bestonden uit een tiendrecht, roggepachten, landen en beemden in het oosten van Best (Gunterslaar, Ten Houte, Ter Lake, Ten Einde) maar ook akkerperceeltjes in de akker van Kerkhoven. De oudst bekende leenman op deze hoeve is in 1312 Dirk Willemszoon van Aarle. Deze vernoeming naar het gehucht wijst er op dat deze hoeve daar toch een speciale positie innam. Amelrijk Boot is de leenman die in 1471 het tweede gasthuis van Oirschot stichtte, en daar onder andere deze hoeve als fundatiegoed schonk.

Hedel
Zover ik kan zien had ook Hedel een eigen open akker. De boerderijen van Hedel lagen daar aan de zuidwest en zuidoostzijde tegen aan, op de rand van de gemeynte van Nevelheuvel en zijn uitlopers. Behalve in die gemeynte was Hedel ook gerechtigd in de gemeynte van Banisveld. De naam Hedel kan een migratienaam vanuit het Gelderse Hedel zijn, daar de heren van Oirschot en Vught rond 1250 ook bezit in Hedel aan de Maas hadden. Een vergelijkbare migratie kan in Oirschot de naam Heusdense Akker in Kerkhoven opgeleverd hebben, want genoemde heren hadden ook bezit bij Heusden(1369: land Die Hoesdens Ecker herdgang Kerchoff in par. O, Sanders, 1994, reg. 57; 1387: Hoesdens Ecker nabij SP-kerk, Sanders, 1994, reg. 104; Kappelhof, 1995.). De onderdelen van de nederzetting van Hedel worden nu genoemd Hedel, Evenheuvel en De Bocht.

Hersel
Van de dertiende tot in de zestiende eeuw was Hersel een kennelijk belangrijk gehucht en heertgang tussen Notel en Eerdbruggen, waar nu Snepseind, Helder, en Piekenhoek ligt. Hersel was gerechtigd in de gemeynte van Nevelheuvel en die ten oosten van de heerstraat. Na de 16e eeuw lijkt de naam Hersel te verdwijnen. De bewoning ligt in de 19e eeuw wat verspreid en er is dan ook niet een duidelijke open akker, afgezien van het boogje ten oosten van de Heerbaan. Enkele van de oudste vermeldingen van dit gehucht luiden 'Hersele', wat op een -zele-naam lijkt te duiden. Het eerste onderdeel van de naam zou dan 'leger' betekenen(Gysseling, 1960a, 486.).


Notel
In de 19e eeuw is Notel een gehucht van boerderijen die in een dalvormige laagte tussen twee grote openakkergebieden geconcentreerd liggen: de akker van Kerkhoven en die van Notel zelf. Het is een van de oude gehuchten en heertgangen van Oirschot. Notel was gerechtigd in de gemeynte van Nevelheuvel en in de gemeynte oost van de Heerstraat. Het zou me niet verbazen als onder de open akker van Notel, die nog goed bewaard bleef met de naam 'Heezen', vroegmiddeleeuwse nederzettingen verborgen liggen. Het negentiende eeuwse Notel zou dan pas in de 13e eeuw op die plek beland zijn. De oude vorm van de naam is Notele, wat een samenstelling lijkt van -le of -lo met een element 'note', dat wel naar notebomen zal verwijzen. De naam Notele herinnert dan aan een bos met notebomen.
Aan de zuidrand van de akker van Notel staat het kasteel Bijsterveld. Het huidige gebouw is achttiende eeuws, maar er was hier voordien al een ouder goed Bijsterveld, dat een hertogelijk leengoed was(Aleydis filia quondam Henrici de Audenhove, bona de Bysterveld[Galesloot, 1865, p.14, fol 6v.). Het werd door de in 1672 aangetreden familie Landas ingericht als residentie, toen het oude kasteel op Spoordonk niet vrij bleek te komen. Nu is het een klooster met park en mooie dreef.

Oudenhoven
In de veertiende-eeuwse bronnen is Oudenhoven zowel de naam van een gehucht onder Oirschot, als van een familie die te Oirschot, elders in de Meierij en in de 14e eeuw zelfs als kastelein van Brussel aanzien bezat. De geburen van Oudenhoven waren gerechtigd in de gemeynte van Nevelheuvel. Op de 16e/17e-eeuwse kaarten wordt Oudenhoven aangegeven als een rij hoeven op de oostgrens van de gemeynte Gijzelaar. De kaart van Verhees is daar onduidelijk en de kaart van 1840 geeft er maar twee hoeven weer. Na 1900 is hier weer een rij boerderijen ontstaan. Oudenhoven lijkt een gehucht dat 'bijna verdween', maar toch weer terug kwam.
Bij deze naam zou het zelfde probleem kunnen spelen als bij de naam Ten Houte, die overal opduikt waar de familie Van den Houte ooit bezit had, ware het niet dat de familie Van Oudenhoven kennelijk elders geen 'visitiekaartjes' heeft achtergelaten. Oudenhoven zou dus als naam echt in Oirschot thuis kunnen horen en de bakermat van deze familie kunnen zijn. De naam bevat de elementen 'oud' en 'hoven'. Voor de nederzettingsgeschiedenis van Oirschot rijst dan de vraag: wiens oude hof was dit en hoe oud is die dan. Oudenhoven lijkt een Brabants leen te zijn en die status zal het pas van rond 1200 gehad hebben(ARAB, LvB, denombrementen 1440, nummer 97-2bis, Oudenhoven te Oirschot, door Van Vlierden.).

Spoordonk
Spoordonk is een uitgestrekt gehucht aan de Beerse. Hier was het zwaartepunt van het bezit van de heren van Oirschot: kasteel, vier domeinhoeven en de watermolen. De middeleeuwse en zelfs nog 16e eeuwse bronnen lijken met Spoordonk zowel het gebied ten oosten als ook ten westen van de Beerse (langs de weg naar Moergestel) aan te duiden. Op de kaart van Verhees en jongere kaarten heet het zuidwestelijke gedeelte in de regel Kattenberg (nieuwe nederzetting) en het noordwestelijke gedeelte Heibloem. De naam Spoordonk blijft dan tot het gebied ten oosten van de Beerse beperkt. Binnen Spoordonk kwamen enkele kleine open akkers voor, die eerder bij enkele grote (domein)hoeven lijken te behoren, dan dat ze in gezamenlijk gebruik bij de andere bewoners waren. Langs de Broekstraat staat vanouds een reeks boerderijen, op de rand van de gemeynte Banisveld. Deze gemeynte en de gemeynte genaamd Liedeveld scheidden Spoordonk van het akkergebied rond Kerkhoven. We hebben dus niet alleen te maken met de objectieve afstand van 3,5 kilometer, maar ook met de subjectieve die vergroot werd door de scheidende wildernis. Het is opmerkelijk dat de dorpsheren zo ver van hun kerkelijk centrum en hoofdnederzetting hun zwaartepunt hebben.
Gysseling meent dat het eerste element 'speur' of 'spoor' verwijst naar de vuilboom, die ook vaak als spork werd aangeduid. Een donk is een hogere zandkop in een moerassige omgeving. Die moerassige omgeving is hier het dal van de Beerse, dat door de tweezijdig gelegen Spoordonk afgekneld wordt: een ideale plek voor een watermolen die met zijn wateropstuwing ook de kasteelgrachten van water verzekerd zal hebben (Buiks, 1990, 187.).

Overzicht
Overzien we nu het geheel van de vroege gehuchten en hun akkers, dan blijken die in een gebied van 9 bij 4 kilometer een groot deel van de oppervlakte te beslaan. Maar daartussen lopen allerlei stroken en vlekken grond die er niet toe behoren. Randen daarvan zijn in het vervolg ook ontgonnen en vaak in omheinde percelen gelegd. De kernen treffen we in de 16e en 17e eeuw nog aan als uitlopers van de gemeynten. De helft van de zes oude gehuchten dragen namen die naar bomen of bos verwijzen: Aarle, Notel, Spoordonk. Daar komt dan de naam Ekerschot nog bij. Ook dit is een vertrouwd beeld: de vroege ontginningen vonden vaak in een bosachtige omgeving plaats. De naam Hersel zou zelfs een -zele-naam kunnen zijn. Gezien de archeologische vondsten in Oirschot, is dat niet uitgesloten. Wanneer de recent voor de Kempen geschetste vroege nederzettingsontwikkeling ook in Oirschot geldt, zouden onder de grotere openakkergebieden de oudste nederzettingen te vinden moeten zijn(De Bont, 1992.).
Naast deze oude gehuchten onderscheiden we een wat jongere laag van gehuchten, die overigens omstreeks 1300 alle reeds aanwezig waren: Best, Boterwijk, Gunterslaar, Hegedonk, Straten en Ten Houte. Slechts één maal wordt Hegedonk als gehucht vermeld, en wel in 1340 bij het betalen van cijns voor een stuk gemene grond dat de bewoners samen gebruikten met die van Hersel, Hedel en Oudenhoven(ARAB, RK 45038.). De juiste lokatie, ergens bij Nevelheuvel, is daarmee echter nog niet bekend. Een verdwenen gehucht of heet het later anders ? De drie andere gehuchten lagen alle in het oosten van Oirschot, het huidige Best. Dit is een gebied vol rechthoekige en soms kromme percelen die in de regel met levende hagen omgeven waren. Best en Gunterslaar gebruikten samen met Aarle de gemeynte van het Beste Broek(Lijten, 1990, 13.). Best werd later het centrale gehucht van de parochie (1553) en gemeente (1821) Best. Het werd ook wel Naastenbest genoemd. De vijftiende (of laat veertiende) -eeuwse Odulfuskapel werd parochiekerk. Een deel van Gunterslaar hoorde wellicht tot het goed Ten Houte-Best/Aarle. Blijkens een notitie op de zestiende-eeuwse kaart werden toen Gunterslaar en Hout samen reeds Vleut genoemd. Daarmee verdwenen de namen Hout en Gunterslaar. In deze groep gehuchten zien we dus een opmerkelijke dynamiek: één verdween geheel; twee gingen vanaf de 16e eeuw samen onder een nieuwe naam en de vierde evolueerde tot centrum van een nieuwe parochie en gemeente.

Straten
Straten is een oud gehucht langs de zuid-noord verlopende Heerbaan in het oosten van Oirschot. Het gebruikte de gemeynten ten westen en ten oosten van die Heerbaan. We kunnen er niet een open akker bij aanwijzen en de bewoning lijkt wat verspreid te staan langs de talrijke banen waarin de heerbaan hier in zuidelijke richting uiteenwaaiert. De oude banen tekenen zich nog af als lage zones tussen de velden. In Straten lag een hertogelijk leen dat bestond uit een hoeve met 15 hectare grond, een tiendrecht en een leen- en cijnshofje met 2 leenmannen en 23 cijnsbetalers(Galesloot, 1865, p.180, fol 71r.). Dit leen is niet nader gelokaliseerd, maar een vroegere moated site direct ten noorden van de laat-middeleeuwse Sint-Antoniuskapel zou er voor in aanmerking kunnen komen. Er is één naamsvermelding die 'Strathem' luidt (1437) temidden van een zee van vermeldingen die 'Straten' luiden. We menen daarom uit te moeten gaan van die meest frequente spelling, te meer omdat de latijnse vorm blijkbaar 'via' luidt. De gehuchtnaam verwijst dan eenvoudig naar 's heren strate waarlangs het gelegen is. Volgens Knippenberg zou die baan een oude Romeinse heerbaan zijn, waarvoor het nabij gelegen toponiem Kasteren en de recent daar gevonden nederzetting uit de Romeinse tijd wel een ondersteuning kunnen zijn(Knippenberg, 1961.).

Nieuwe gehuchten
Vermoedelijk pas in het laatst van de middeleeuwen kwamen enkele nieuwe gehuchten tot stand. Het betreft Dun, Eerdbruggen, Heuvel en Verrenbest. Heuvel werd in 1338 nog als een onderdeel van Boterwijk beschouwd(in Boterwijc aan die Hovel in par. O.; Sanders, 1994, reg. 26.). Heuvel was het zuidelijkste deel van Boterwijk, met een driehoekig plein in een wegenwaaier aan de rand van de Kerkhovense Akker, waaraan enkele boerderijen stonden. Thans is het geheel bedolven onder kanaal, autoweg en bruggen. Dun ligt iets zuidelijker. In 1392 werd een boerderij genaamd Ten Dunne vermeld(Sanders, 1994, reg. 131.). Mogelijk is deze door splitsing of door het bijbouwen van jongere hoeven de kern van een klein gehuchtje geworden. In de 14e - 16e eeuw was Eerdbruggen een van de gehuchten van Oirschot. Als zodanig nam het deel in gemeynten en staat het met hoeven getekend op de kaarten. Toch is deze plek nu amper bewoond en raakte de naam Eerdbruggen ter plaatse vrijwel vergeten. De naam zou verwijzen naar de Heerbaan, die hier enkele laagten als dijk (met heulen?) zou oversteken. Verrenbest vond ik pas kort na 1500 vermeld(Frenken, 1956, 165ev.). Het is mogelijk een wat jonger gehucht ten oosten van Best, dat te midden van de velden tot stand kwam. De tegenstelling Naastenbest (voor Best zelf) - Verrenbest wijst erop dat men de ligging vanuit Kerkhoven beoordeelde. In Sint-Oedenrode heeft men Ten Houte en Verrenhoute; in Gilze : Verhoven en Nerhoven. Degelijke tegengestelde toponiemen stellen ons in staat het centrale punt in een gebied aan te wijzen(Zie ook: Leenders, 1982b.).
De volgende, weer wat jongere, reeks gehuchten bestaat volgens mij uit Kattenberg, Termeiden en Vleut. Vleut zagen we al eerder: het is eigenlijk helemaal geen nieuw gehucht, maar slechts een nieuwe naam voor twee oude gehuchten: Gunterslaar en Ten Houte. Deze verandering lijkt rond 1500 te zijn opgetreden. Kattenberg is een straatje met enkele boerderijen met naar de heide opstrekkende kavels, die wat schuin op de weg staan(Kaart 16e E.). Het is een jongere uitbreiding van westelijk Spoordonk. De naam is eigenlijk een naam die op de heide zelf thuishoort. Termeide heette oorspronkelijk Ter Ameiden. Die naam verwijst naar een slagboom. Er is wel verondersteld dat deze slagboom de heerbaan zou afsluiten, maar dat lijkt in het licht van de middeleeuwse vereisten voor zo'n heerbaan onwaarschijnlijk. Eerder betreft het een afsluithekken van de cultuurgronden van Eerdbruggen. Buiten dat hek is dan weer een volgende nederzetting ontstaan. In de 14e en 15e eeuw zijn er echter geen duidelijke aanwijzingen dat er hier een gehucht was. Op de 16e eeuwse kaartjes wordt Ter Amey(d)en duidelijk wel als gehucht aangeduid. Op de moderne kaarten verdwijnt dit gehucht weer en blijft er alleen op enige afstand een Termeidensteeg over.
Termeiden en Eerdbruggen ondergingen dus het zelfde lot: ze verdwenen vrijwel geheel. Termeiden werd op de 16e eeuwse kaart met 7 en Eerdbruggen met 9 huizen aangegeven: wat minder dan de andere gehuchten, maar toch ook niet weinig. Voor de juiste lokatie van Eerdbruggen worden de bestaande huizen Lopensestraat 2,3 en 4 aangewezen, alsmede een afgebroken huis daarbij. Bovendien werden in de zeer droge zomer van 1976 in de weilanden aldaar vier rechthoekige verdroogde plekken zichtbaar. Bij diepploegen van een van die percelen bleek dat het om oude huisplaatsen ging. Ook van Termeiden werden zo vier huisplaatsen teruggevonden, terwijl een omgrachte hoeve aan de Termeidesteeg er ook bij zou horen. Gebrek aan voldoende droge akkergrond zou gemaakt hebben dat deze gehuchten het niet konden volhouden. Of zou de streek na 1600 zijn gaan vernatten ?(Van Hout, 1990, 385 - 388.) In ieder geval hebben we hier met anderhalf verdwenen gehucht te maken !
Zo resteren nu nog de allerjongste 'gehuchten'. Met De Bollen wordt eigenlijk een deel van het oude Straten aangeduid. Evenheuvel wordt in de Monumenteninventarisatie van 1998 als gehucht opgevoerd. Vermoedelijk bedoelt men er de bewoning langs de Schansstraat mee. Die straat loopt door de voormalige gemeynte Nevelheuvel: die naam werd dus nogal verbasterd. Wat verderop vinden we het Snepseind. De naam van deze groep boerderijen heeft recent ook al een vreemde verandering ondergaan, want de oude naam is Snepschoot. Met deze naam werden landerijen aangeduid. Vermoedelijk gaat het hier om het 'verdwenen' gehucht Hersel. Aan de westzijde van Aarle vinden we het Moleneind, dat genoemd is naar de molen die in de vroege veertiende eeuw in de rand van de heide gebouwd werd. Verhees geeft hier in de late 18e eeuw reeds een groep boerderijen aan en tegen de akker van de Amelrijk Boothoeve liggen de Moleneindse Akkers. Aan de zuidoostzijde van de kom van Oirschot duikt na 1900 het gehucht De Stad op. Er is weinig stedelijks aan: een straat met aan één kant huizen en hoevetjes. Maar men zegt hier ook wel eens 'Paradijs' tegen een plek slechte grond. Tegen Spoordonk aan ligt de Lubberstraat. Deze straat was ooit de westgrens van de gemeynte Liedeveld. Langs die gemeynte-grens werden - zo als we ook elders in Oirschot gezien hebben - boerderijen geplaatst. Hier werd dat het gehucht Lubberstraat. Misschien is op de 17e eeuwse kaart hier één enkele boerderij aangegeven. Aan de zuidzijde van de kom van Oirschot, ongeveer waar ooit de windkorenmolen van Kerkhoven stond, ligt nu een wijkje dat Theetuin heet. Deze naam lijkt twintigste eeuws te zijn. Tenslotte verschijnt ook Tregelaar ineens als gehucht in het MIP- rapport en op de jongste topografische kaart. In feite bedoelt men er het weer tot opbloei gekomen gehucht Oudenhoven mee ! Het echte Tregelaar ligt 1 tot 2 kilometer noordelijker en was steeds een onbewoond stuk gemeynte.
We zien in Oirschot dus gehuchten die bleven bestaan en hun naam netjes behielden, maar ook oude gehuchten die verdwenen: ofwel echt met huis en haard, ofwel doordat ze een nieuwe naam kregen. Met name in de jongste tijd lijkt er nogal een ravage onder de gehuchtnamen te zijn aangericht. Dit was denkelijk mogelijk omdat de gehuchten in de zin van nauw samenhangende sociaal-economische eenheden niet langer bestaan. Het zijn gewoon wijken van de gemeente geworden.