Onderstaand treft u een overzicht aan van de beschikbare vensters met een
korte beschrijving daarvan.
| Venster |
Datering |
Omschrijving |
 |
-3000 |
Jagers en vissers
De naam Oirschot zou afgeleid zijn van een vooruitstekend hoger gelegen gebied in een moeras, waar de oeros leefde. Het is gelegen op de zogenaamde Midden-Brabantse dekzandrug. Omstreeks 12.000 voor Christus leefden hier al jagers en vissers. |
 |
-50 |
Romeinen
In de Romeinse tijd liep er een weg over de hoger gelegen Midden-Brabantse dekzandrug via Oirschot naar het noordoosten. In het buurtschap Straten heeft vermoedelijk een Romeins gebouw gestaan, waarvan de resten gebruikt zijn voor de bouw van de Mariakerk aan ’t Vrijthof. |
 |
800 |
Sint Odulphus
De heilige Odulphus werd geboren uijt eene edele stamme onder de Franken. Wanneer is onbekend.
Hij leefde aan het einde van de 8e en begin van de 9e eeuw. Odulphus
wordt ook wel Sind Odulp, Olof, Oelbert en Oel genoemd. Odulphus was in
805 pastoor van Oirschot. Kort daarna trad Odolphus toe tot de
benedictijnen en verbleef in het Martinusklooster in Utrecht. De
bisschop Frederik van Utrecht zond Odulphus uit naar Friesland.
In onder meer Stavoren stichtte Odulphus een Benedictijner
abdij. Volgens zijn hagiografie trad Odulphus op tegen ketterijen. |
 |
1000 |
Mariakerk
Dit zaalkerkje uit de twaalfde eeuw op het Vrijthof heeft een rijke geschiedenis. Het huidige tufstenen gebouw dateert van rond 1100. Een eerdere kerk, mogelijk van hout, zou gesticht zijn op een heidense offerplaats. Dat wijst op stichting door Angelsaksische missionarissen. Na 1648 werd het gebouw aan de eredienst onttrokken en tenslotte gebruikt als boterwaag. In 1802 werd het gebouw toegewezen aan de N.H. Gemeente in Oirschot. |
 |
1000 |
Het kapittel
Waarschijnlijk bestond het Oirschotse kapittel al vóór 1300. Vast staat dat de O.L.Vrouwekerk uit de eerste helft van 12e eeuw een van de oudste kerkgebouwen in Nederland is. Een mogelijkheid is dat er aan dit Mariakerkje een klerkencollege verbonden was, dat later door de lokale heren werd omgezet in een kapittel onder hun voogdij. |
 |
1200 |
Heerlijkheid en Vrijheid
Oirschot en Vught vormden tot in de 13e eeuw één Heerlijkheid. Door machtstrijd van de
Hertog van Brabant kwam de heerlijkheid Vught in 1257 in zijn handen en kreeg hij
vermoedelijk in datzelfde jaar ook de halve Heerlijkheid Oirschot in zijn bezit. De andere
helft blijft voorlopig nog in handen van nakomelingen van de heren van Vught, die zich als
erfgenamen Heer van Oirschot gaan noemen. In 1320 moeten de nazaten van de Vughtse heren
echter wegens financiële problemen de halve Heerlijkheid Oirschot verkopen aan Rogier van
Leefdael. Het bestuur en de rechtspraak is in handen van de locale schepenbank.
De heerlijke rechten werden grotendeels opgeheven tijdens de Franse Revolutie. Als laatste werd het
'heerlijk jacht- en visrecht' opgeheven in 1923. |
 |
1250 |
Herdgangen
Oirschot, toen nog samen met Best, bestond in de middeleeuwen uit acht herdgangen. Deze herdgangen hadden een formele status.
In de ontstaansgeschiedenis van Oirschot hebbben de herdgangen de Kerkhof in het centrum, Straten in het oosten en Spoordonk in het noordwesten een bijzondere plaats ingenomen. Straten schijnt daarbij veel eerder bewoond geweest te zijn dan de Kerkhof. In dit gehucht zijn restanten van een Romeins gebouw gevonden, waar later de Mariakerk in de Kerkhof mee gebouwd is.
Spoordonk of Sporring is gelegen aan de Aa, nu Beerze
genaamd. De heren van Oirschot hadden er een buitenverblijf in huis ten Berch en bezaten er
onder meer de nog bestaande watermolen. In 1936 bouwde Spoordonk een eigen parochiekerk. |
 |
1293 |
Onderwijs
Al in 1293 komt de eerste vermelding van onderwijs in de statuten van het Oirschots kapittel
voor. Een rector en ondermeester waren verantwoordelijk voor het onderwijs aan kinderen
van gegoede ouders. De lessen werden in het Latijn gegeven. Rond 1600 was de kwaliteit van
de Oirschotse Latijnse school dermate gedaald, dat alleen nog privé-onderwijs aan de meest
begaafde leerlingen werd gegeven. Na de val van ’s-Hertogenbosch kwam er weer een
opleving, die bij de vrede van Munster in 1648 weer teniet gedaan werd. Aan het einde van de
17e eeuw werd in het gebouw een basisschool gevestigd, die tot het beging van de 20e eeuw in
het voormalige gebouw van de Latijnse school zou functioneren. |
 |
1303 |
Leen- en landgoederen
In juli 1303 gaf hertog Jan II voor verkregen gelden en proviant aan het Konvent van Park uit Leuven 80 bunder novaal land, gelegen te Verdonck en Wolfskuele, in de "heertganck van Strathem" onder de heerlijkheid Oirschot. Over die gronden mochten ze vrij beschikken. De hertog wou zich enkel de hoge en lage jurisdiktie voorbehouden, en de abdij zou hem een jaarlijkse cijns betalen van 12 deniers Leuvens geld per bunder. 100 jaar later wort dit Hof van Heerenbeke door de abdij verpacht. Het huidige landgoed bevat naast een kasteelachtige villa met dienstwoning en berging een imposante boerderij en uitgestrekte bossen en percelen bouwland.
Het leengoed groot-Biesterveld of groot Bijsterveld wordt al in het leenboek van hertog Jan III van 1312 genoemd. In 1772 wordt de eerste steen gelegd voor het nog bestaande middelste gedeelte van dit complex. De heren van Oirschot hebben er gewoond, er is in de 19e eeuw een kostschool voor jongens en in 1903 wordt er een grootseminarie gevestigd. |
 |
1333 |
Gasthuis
Het Sint Joris Gasthuis werd in 1333 door de Heer van Oirschot, Rogier van Leefdael, bij testament gesticht. Van het middeleeuwse gasthuis bestaan geen gebouwen meer. In 1848 groeide het gasthuis uit tot een ziekenhuis voor oude of gebrekkige lieden. Na moderniseringen gedurende de 20e eeuw is het nu een modern woon- en zorgcentrum. Het enige wat gebleven is is het patronaatschap van Sint Joris. |
 |
1406 |
Heilige Eik
Op een doorwaadbare plek in de Beerze vonden herders in 1406 een Mariabeeldje. Zij
aanbaden het en plaatsten het in een eik. Zieken werden er op wonderbaarlijke wijze genezen
en mensen vonden er troost. Al snel werd er een kapelletje gebouwd en eeuwen later door een
stenen kapel vervangen. Op last van de Staten-Generaal moest de kapel in 1649 gesloopt
worden en de eik gekapt. In 1906 werd de kapel uitgebreid met restanten van de ingestorte
toren van de Sint Petruskerk. De heilige Eik wordt jaarlijks door 25.000 gelovigen bezocht. |
 |
1463 |
Broederschappen en schuttersgilden
Met een uniform, soms tenue genoemd, wil iemand aangeven dat hij of zij lid is van een organisatie of een bepaalde functie vervult. Aan een uniform kan men meestal zien welke rang of positie de drager bekleedt. Aan het dragen van een uniform zijn vaak strikte voorschriften verbonden. Zo weten we dat de broederschappen en schuttersgilden in de vijftiende en zestiende eeuw bepaalden welke kleuren er wel en welke er niet gedragen mochten worden en wanneer men verplicht was zijn gildekostuum te dragen. |
 |
1500 |
Religie in beweging
Bij de eeuwwisseling van de vijftiende naar de zestiende eeuw waren De mensen bang. De
middeleeuwen liepen ten einde en er brak een nieuwe tijd aan. Ze verwachtten het einde der
tijden. In Oirschot escaleerden de conflicten over een eigen parochie in Best. Nieuwe religies
kwamen in opkomst. De macht van de Kerk van weleer werd door de inquisitie met grof
geweld verdedigd. De Lage Landen werden geconfronteerd met de Beeldenstorm. De
tachtigjarige oorlog en de overheersing door de protestanten waren het gevolg. De Oirschotse
katholieken moesten uitwijken naar een schuurkerk. Hun Sint Petruskerk kwam pas rond 1800
weer in hun bezit. In de jaren zestig van de twintigste eeuw veranderde opnieuw veel in de
traditionele katholieke Kerk. |
 |
1633 |
Hof van Solms
Arnoldus Fey (1633-1679) was een beroemd en in
vakkringen berucht chirugijn. Hij had het chirurgijnsvak in Oirschot van
collega Silvester Lintermans geleerd. Arnoldus Fey is vooral bekend
geworden van operaties van borstkanker, een hazenlip en staar. Daarnaast
was hij gespecialiseerd in steuncorsetten bij rugafwijkingen. In 1669
kwam hij aan het hof in Frankrijk en bouwde in Oirschot het Hof van
Solms, dat mede door Amalia van Solms gefinancierd zou zijn. |
 |
1644 |
Heilige non
Reeds in 1618 had Silvester Lintermansbesloten om in
zijn huis ‘Blijendael’ een karmelietessenklooster te stichten. Door de
protestantse overheersing lukte hem dat pas in 1644. Dankzij bemiddeling
van Maria de Medici verkreeg hij hiervoor in dat jaar toestemming van
Frederik Hendrik. In die tussentijd had hij contact opgenomen met een
zekere Maria Margaretha der Engelen in Antwerpen. Zij genoot door haar
extreme levenswijze een reputatie van heiligheid. ‘De Heilige Non’,
zoals zij in de volksmond genoemd werd, had voorspellende dromen, kon op
twee plaatsen tegelijk zijn en ontving in 1654 de stigmata. |
 |
1815 |
Geburen
In de Oirschotse archieven vindt men van tijd tot tijd documenten over grensgeschillen van uiteenlopende aard en ernst. De langslepende 'onafhankelijkheidsstrijd' van Best spreekt het meest tot de verbeelding. De Bestsenaren claimden al honderden jaren geleden dat op hun grondgebied Sint Odulphus was geboren en bouwden ter ere van hem een kapel. Deze kapel nam langzamerhand de functie van de parochiekerk van Oirschot over. Het kapittel van Oirschot moest in 1553 de Bestse parochie als zelfstandig erkennen. Dit was het begin naar onafhankelijkheid, die na conflicten over grondgebied en infrastructuur in 1819 tot stand kwam. |
 |
1838 |
Dorpsdrama's
Moord is maar één van de drama's, die een dorpsgemeenschap kan treffen. De moord op het 16-jarige Italiaanse marskramertje Giovanni Castione op 2 juni 1838 is daar tot op de dag van vandaag een voorbeeld van. De moordenaar Martinus Zoeren werd tot de strop veroordeeld en zijn vonnis werd op 26 november 1839 in zijn geboorteplaats Arnhem voltrokken. |
 |
1860 |
Nijverheid en industrie
Historisch gezien is Oirschot een typisch agrarisch dorp. Teruggaande in de geschiedenis van vóór 1750 kende Oirschot heel veel kleine boerderijtjes, die op de schrale zandgronden een gemengd bedrijf hielden. Veel nijverheid was er toen nog niet. Er werden wat ambachten uitgeoefend, waaronder relatief veel stoelenmakers. In 1848 gingen Cornelis Teurlincx en Willem Meijers hun geluk in Amerika beproeven. In 1860 kwamen ze terug en richtten zij een stoelenfabriek op met een voor die tijd uiterst modern machinepark. Anderen zagen dit succes en volgden hun voorbeeld. Er ontstonden dan ook in Oirschot in de eerste helft van de twintigste eeuw verschillende stoelenfabrieken. Van 1965 tot 1985 genoot Oirschot landelijke bekendheid als het meubeldorp bij uitstek met een grote stoel in het centrum als symbool. |
 |
1923 |
Kunst en cultuur
De gemeente Oirschot afficheert zich graag als ‘Monument in het Groen’. Terecht want Oirschot heeft veel natuurgebieden binnen haar grenzen. Maar evengoed zou Oirschot genoemd kunnen worden als een kunstenaarsdorp. Een belangrijk persoon, die in de Oirschotse gemeenschap daartoe aanleiding heeft gegeven is de kunstschilder Jan Kruysen geweest. Hij verdiende de kost met het schilderen van portretten en landschappen. Twee van zijn zestien kinderen hadden dezelfde talenten.
Er is een stichting opgericht, die de nagedachtenis aan deze in Oirschot beroemde kunstenaarsfamilie levendig moet houden. Daarnaast werd er een kunstacademie opgericht waar beroepskunstenaars les gaven aan beginnende kunstenaars. Ieder jaar worden er in Oirschot verschillende tentoonstellingen gehouden van werken van Oirschotse amateurkunstenaars.
Een ander facet van de Oirschotse cultuur is muziek. harmonie Arti et Amicitiae behoort tot de top van Nederland en de Spoordonkse fanfare Concordia zet iedere twee jaar een musical op de planken. |
 |
1935 |
Sport en spel
Vroeger waren er in de dorpen niet zoveel verenigingen als nu. Tegenwoordig kennen we de voetbalclub, de hockeyclub, de scouting en ga zo maar eindeloos door. In de relatief gesloten buurtschappen beperkte sport zich tot gemeenschappelijk spel. Uitwisseling van kennis en ervaring vond vooral plaats in standsorganisaties. Het georganiseerd beoefenen van sport in competitieverband begint in Oirschot in 1937 vorm te krijgen met de oprichting van voetbalvereniging SOA; Samenspel overwint alles. In 1935 was de scouting de voetballers al voorafgegaan. In de vooroorlogse jaren, maar vooral daarna zouden nog vele verenigingen volgen. |
 |
1940 |
Oorlog en vrede
De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog bleven voor Oirschot beperkt tot opvang van vluchtelingen uit België en de inkwartiering van gemobiliseerde militairen en na de oorlog door voedselschaarste. De Tweede Wereldoorlog zou echter een dramatisch einde kennen.
Ofschoon Oirschot geen echte militaire doelen had, vormde het kanaal strategisch wel een verdedigingslinie en op de hei langs de Beerseweg werden door de bezetter schijnvliegvelden aangelegd. Op 3 oktober 1944 kregen de Oirschottenaren het bevel om te evacueren en werd Oirschot een frontdorp. Vanaf de zuidkant van het kanaal werd het dorp zwaar beschoten. Hierdoor werd door geallieerd artillerievuur onder meer de kerk in brand geschoten en gingen De historisch zeer waardevolle middeleeuwse kerkbanken hierbij totaal verloren. |
 |
1955 |
In het nieuws
Het mooiste dorp van Brabant haalt regelmatig het nieuws, maar slechts zelden het internationale nieuws. In dit venster willen we gebeurtenissen memoreren, die aandacht kregen van de regionale, nationale en internationale pers. Soms kwam Oirschot daarbij positief, maar ook wel eens negatief in het nieuws. Een gebeurtenis, die hierbij zeker niet onvermeld mag blijven is het Internationale Tweelingencongres in 1955, dat wereldwijd
aandacht kreeg. Na een eerdere bijeenkomst in Chicago was dit het Eerste Europese TweelingenCongres en zette Oirschot daarmee op de kaart. |
 |
1990 |
Monument in het groen
De gemeente Oirschot noemt zich niet voor niets graag "Monument in het Groen". De gemeente telt 320 Rijks- en gemeentelijke monumenten, twee beschermde dorpsgezichten, en elf unieke natuurgebieden. De beeldbepalende gotische Sint-Petruskerk is meer dan vijf eeuwen oud. In de schaduw van het marktplein ligt het intieme Vrijthof met het Boterkerkje, dat het oudste tufstenen godshuis van Brabant is.
Oirschot wordt omgeven door landgoederen, dichtbegroeide bossen, uitgestrekte heidevelden, prachtige bolle akkers, landelijke beekdalen, bloemrijke graslanden en plantrijke vennen. |
 |
|
Portretten
Elke stad of dorp heeft zijn beroemdheden. In een gesloten gemeenschap, zoals Oirschot er een was, beperkte deze beroemdheid zich tot markante personen, mensen die zich afwijkend gedroegen, uitzonderlijke prestaties leverden of op een andere manier de aandacht trokken. Slechts zelden betrof het een bekendheid die verder reikte dan de eigen dorpsgrenzen. Toch heeft Oirschot inwoners gehad, die over de dorpsgrenzen heen hun sporen verdiend hebben en zelfs landelijk en internationaal zijn doorgebroken. |